zaterdag 24 september 2011

Hoe Beveland Walcheren evenaarde: Big Day 2011

Vandaag is het eindelijk zover, de Bevelandse Big Day 2011 gaat officieel om zes uur van start. Tegelijkertijd met de Big Day van Walcheren organiseren wij ook altijd een Big Day, vaak wordt die op Noord-Beveland en Neeltje Jans gehouden. Dat is ook nu het geval. De regels zijn simpel zorg dat meer dan de helft van de groep een soort voor 18:00 uur ziet en je mag hem mee tellen. Mark en Edward hebben vorige week zondag al voorgevogeld en ondanks het slechte weer hadden ze toch 88 soorten. Dat belooft voor vandaag alle goeds! Om kwart over vijf haalt Edward mij bij de stoplichten op. Daarna gaan we door en halen we Mark ook af. Ons team is nu compleet, we zijn met z’n vieren: Mark Hoekstein, Edward Minnaar met dochter Ilona en natuurlijk ikzelf. Als Mark is ingestapt geeft Edward de etenswaren even door naar achteren. Tot zover gaat alles goed. De fles cassis moet helaas ook naar achteren en nu gaat het fout. Met een luid gesis springt de dop er af. Zo snel mogelijk probeer ik met m’n hand de fles af te sluiten. Gelukkig blijkt de schade mee te vallen. Afgezien van een paar druppels is er vooral koolzuur ontsnapt. Erger is het dat de dop spoorloos is verdwenen. Nu moet de fles voortaan met beleid vervoerd worden anders valt hij om en dan hebben we troep. Na dit ongelukje verloopt de korte reis gelukkig goed en ongeschonden komen we op Noord-Beveland aan om de Big Day te beginnen. De eerste soort word…. Tapuit! Verrassend genoeg is een tapuit die midden op de weg zit, de eerste soort. Volgens Mark doen ze dat wel vaker omdat tapuiten nachttrekkers zijn en daardoor kun je ze in het donker op de vreemdste plekken tegen komen. Peter Boelee wist mij te vertellen dat er langs de Emelissedijk een kerkuil zit. ’s Nachts vogelen is natuurlijk voor een groot deel gericht op uilen en dus beginnen we met patrouilleren langs de Emelissedijk en zo verder Noord-Beveland in. Bij de Wanteskuup wordt gestopt. Even proberen of we een waterral kunnen scoren. Zodra we uit zijn gestapt zien we al een natuurverschijnsel dat zeker ook erg leuk is: een vallende ster! Dat zie je wel vaker maar dit is toch wel een uitzondering. Normaal is een vallende ster een kort streepje licht die snel verdwijnt. Dit is een hele dikke baan vuur die aan het einde in allemaal kleine deeltjes uit elkaar spat, erg mooi! Er wordt nog geopperd of dit de satelliet is die zou gaan vallen maar waarschijnlijk is het toch niet zo. Terug naar de vogels, in het donker horen we van alles. Wulpen munten uit in vele variaties maar we horen niet echt nachtsoorten. Opeens horen we een aantal keer achter elkaar de bekende roep van de waterral. We zijn geslaagd en we kunnen terug. Op het dak van de auto staat de fles cassis zonder dop al te wachten. Al luisterend en vogelend gaan we zo richting de Goudplaten. Helaas zien we geen nachtsoorten meer. Bij de Goudplaten begint het al te schemeren, ook daar zien we wat soortjes maar wel van het normale spul. Bij de Schotsman is de volgende stop. Als de auto in de berm staat horen we al meteen een zwartkop. Al snel zien we ook een zwarte kraai, een graspieper en kan de eerste tjiftjaf genoteerd worden.  Met de opkomende zon kan ik nog een leuk sfeerplaatje schieten.
Op het gehoor komen er ook leuke soorten binnen. Een goudvink horen we en ook een havik, later zal blijken dat dit beide soorten de enige waren die we die dag zagen. De trek ziet er toch wel goed uit, daarom gaan we door naar de Banjaard. Tijdens het lopen ontdekt Mark tussen een grote groep kokmeeuwen een zwartkopmeeuw. Je kunt het maar hebben! De trek is eigenlijk niet zo veel, de zeetrek al helemaal niet. Een zwarte stern wordt alleen door Mark gezien. Wat ik wel erg apart vind is een groep van maar liefst 24 blauwe reigers! Wat ook erg leuk is, is een grote groep van ongeveer 70 lepelaars.
Op zee drijven ook nog 57 eiders. De trek is echter niet veel. Een groepje van drie rotganzen is ook nieuw voor de daglijst. Edward denkt een roodborsttapuit of iets van dien aard te zien in vallen. Natuurlijk gaan we daar op af. Achter een groep stenen zie ik opeens iets wits wegschieten. Ik denk aan de witte staart van een tapuit. Als we voorzichtig dichterbij lopen zien we wat het echt is: een hermelijn staat vol interesse naar ons te kijken! Een korte tijd kunnen we hem bewonderen als hij stil staat tussen de stenen.
Dan schiet hij weg. Als we naar de stenen gelopen zijn zien we hem nog een keer wegschieten. Bij de stenen stoppen we even. Terwijl we wat over de hermelijn staan te praten komt het beestje nog een keer. Ditmaal om te verkennen of de kust veilig is, op ongeveer een meter afstand steekt hij zijn kopje uit een holletje, super gaaf! Voor de rest is de trek niet zo heel erg veel. Gelukkig horen we nog wel een boompieper. Dat is ook de enige van de dag. Op de terugweg wordt er nog gestopt bij een veelbelovend uitziend gebiedje. Dat blijkt ook wel als Mark een vrouwtje gekraagde roodstaart ontdekt. Een nieuwe voor de daglijst! Vlakbij de Banjaard is nog een andere afslag die leidt naar een plek die goed zou zijn voor zwarte sterns. Helaas zien we daar geen zwarte sterns maar wel een mooie en duidelijke bruinvis. De zoogdieren doen het goed vandaag, ik heb al twee nieuwe soorten te pakken! Na de Banjaard wordt besloten om naar Neeltje Jans te gaan om in ieder geval de kuifaal in te tikken. Dat lukt gelukkig ook. Al vrij snel zien we er twee bij elkaar en ook nog een derde die samen met een aalscholver staat. Daardoor zijn de verschillen goed te zien. Neeltje Jans is natuurlijk groot dus we zijn niet zomaar klaar. Op een ander deel van Neeltje Jans komt een mannetje slechtvalk pijlsnel langsvliegen.
Verder zit er ook nog een tapuit die even op de foto moet.
Ondertussen hebben we nog steeds geen kleine mantelmeeuw. Gelukkig levert de Roompot nog wel de enige (!) van de hele dag op. Een onvolwassen kleine mantel drijft tussen de andere meeuwen in het water. Mark weet nog een gebied dat een eindje lopen is maar leuke soorten op kan leveren. Onderweg zie ik een vreemde vogel vliegen. Is het nu een rover of toch een duif? Ik maak toch de anderen er op attent. Gelukkig maar, Mark herkent er een smelleken in. Dat past ook wel bij de verwarring met een duif, de vogel heet niet voor niets Falco Columbarius (duifachtige valk in het latijn), een goede naam! Na een eindje lopen komen we bij het gebied uit wat Mark bedoelde. Omringd door een aantal bomen is daar een rietveldje en daar gaan we nu heen. Het gebied zelf levert niets op maar des te meer vliegt er boven. Een overvliegende boerenzwaluw is op het nippertje niet de enige van de tocht. Een overvliegende grote gele kwikstaart is wél de enige van de tocht. Op de terugweg voert de weg langs een hele haag van bosjes die in het voorjaar altijd goed zijn voor feno-soortjes. Mark denkt een gekraagde roodstaart te zien. Als we hem daarna nog eens zien is zwarte roodstaart zeker ook een mogelijkheid. Edward loop terug om de vogel nog een keer op te laten vliegen. Volgens Mark zou de vogel nu in theorie uit de struiken moeten vliegen om op de stenen bij het opslagterrein te landen. Dat is precies wat de vogel doet! Hij vliegt daarna ook weer door maar we hebben hem lang genoeg gezien om zeker van onze zaak te zijn: een zwarte roodstaart! Ook twee overvliegende grote zilverreigers  zijn nieuw voor de daglijst.
Plotseling worden we opgeschrikt door een zogenaamde ringtail. Een vrouwtje of juveniele blauwe, grauwe of steppekiekendief. Helaas kan Mark met behulp van de telescoop er niets anders van maken als een blauwe kiekendief. Met al die waarnemingen van steppekieken door het hele land hadden we er natuurlijk een beetje opgehoopt, een blauwe kiekendief is natuurlijk evengoed een goede soort voor de daglijst. Even later staan we weer op de weg. Een eigenaardig trillerig roepje klinkt uit de struiken, vuurgoudhaantje! Al snel krijg ik dit fantastisch mooie vogeltje in de scoop (tussen twee haakjes, sinds vorige week zaterdag heb ik een nieuwe: Een Swarovski STM 65 met Swarovski 25-50 oculair. Voor die tijd mocht ik gebruik maken van de Bynolyt die ik leende van Merien van Loo waarvoor hierbij, veel dank!) Een paar foto’s van het vuurgoudhaantje maken lukt helaas niet maar dat maakt de waarneming er niet minder op. Voor Edward is het een nieuwe Bevelandsoort en voor mij een nieuwe jaarsoort. Als we weer bij de auto zijn denkt Mark een gors in de struiken te zien zitten. Snel wordt de al in de auto gegooide telescoop opgezet en… huismus! Dit is dus absoluut geen gebied waar je snel een huismus verwacht! Toch kunnen we er niets anders dan een vrouwtje huismus van maken. Een heggenmus gaat er naast zitten. Toch is het een nieuwe voor de daglijst, nummertje 78.
Als we terugrijden zien we een aalscholver zwemmen vlakbij de kant. “Zou dat geen kuifaal zijn?” vraag ik me hardop af. Lang hoeven we niet te raden. De vogel duikt met de kenmerkende sprong onder water. Absoluut een kuifaal. Snel wordt de auto er geparkeerd. De vogel zit te worstelen met een zelfgevangen vis en dat levert een voor mij erg leuke foto op.
Hierna gaan we naar het Veerse Meer en met name de Haringvreter. Mark ontdekt al snel een ver paapje. Opnieuw een nieuwe erbij voor de daglijst. Ik denk een kleine zilverreiger te zien maar dat blijkt een lepelaar te zijn. Gelukkig zit daar vlak bij wel een kleine zilverreiger. Vanuit de bomen worden enkele beruchte missoorten gehoord en gezien. De eerste is een groene specht die we horen, de tweede is een groep staartmezen die we horen en zien. Helaas zien we geen grote Canadese gans en dat zal de grote misser van deze toch blijken te zijn. Bij een ander deel van het Veerse Meer komen wel middelste zaagbek, geoorde fuut en waterhoen op de lijst. Een leuke soort daar is zijn twee krombekstrandlopers. De grote zaagbek die Mark en Edward daar al eerder zagen laat zich helaas niet meer zien. Met andere soorten er bij is de lijst inmiddels gegroeid naar 90. Bij Geersdijk wordt opnieuw een stop gemaakt. Ditmaal bij een slootje om een ijsvogel te scoren. Helaas zien of horen we die niet. Op het nippertje levert deze stop toch een nieuwe soort voor de daglijst op namelijk een rietgors die Edward hoort. In het dorp Wissenkerke wordt het toch eens tijd om de huiszwaluw op de daglijst te krijgen en dat lukt gelukkig ook. In het centrum van Wissenkerke ontdekt Edward twee huiszwaluwen. Inlaag de Keihoogte levert helaas niet de gehoopte Grote Geelpootruiter op maar wel pijlstaart, wintertaling en tafelleend. Vlak voor we weggaan check ik nog één keer het plasje, gelukkig maar, daar staat de enige witgat van de bigdaylijst! Als we bij de auto staan en we al ingestapt zijn komt er een interessante melding binnen. Een bladkoning bij Neeltje Jans! De vogel zit in een gebied waar wij normaal ook naar toe zouden zijn gegaan als we de gekraagde roodstaart nog niet zouden hebben. Nu gaan we er natuurlijk wel naar toe. Dankzij een belletje met de ontdekkers Kees en Rina Renes weten we precies waar we moeten zijn. Al snel rijden we op Neeltje Jans en kunnen we richting de bladkoning gaan lopen. Onderweg komen we nog een mooie groep van ongeveer 5000 spreeuwen tegen.
De hele dag door zien we trouwens veel spreeuwen. Als we bij de plaats van bestemming aankomen is de vogel even niet te horen of te zien. Gelukkig duurt het niet lang of de vogel roept één keer heel duidelijk. Een nieuwe jaar- en Bevelandsoort binnen! Het lukt ook nog om de vogel kort te zien. Daar komen we ook Niels de Schipper nog tegen. Die heeft ’s ochtends bij Oranjezon nog een overvliegend euro’tje gezien. Na de bladkoning kunnen we weer terug. Als we weer op Noord-Beveland gekomen zijn stelt Mark voor om even op de dijk bij het Waterhoefje over zee te kijken. Dat blijkt een goede keus. Al snel ontdekt Mark op de zandplaat een zittende visarend. Een heel tijdje later ontdekt ik ook op een paaltje op diezelfde  plaat een tweede. Verder kunnen we daar de broodnodige  zeesoortjes intikken als zilverplevier, bonte strandloper en drieteenstrandloper. Verder zit daar ook een soort die we alle drie verrassend genoeg, vergeten zijn, een bergeend! Hierna zitten we al op 103 soorten. Het gaat lekker zo! De grootste missers tot nu toe zijn grote Canadese gans en knobbelzwaan. Gelukkig wordt bij de ’s-Gravenhoekinlaag één van die missers opgeruimd. Edward ontdekt achterin de inlaag een knobbelzwaan. Edward en Mark zagen vorige week nog een zomertaling in de ’s-Gravenhoek. Uit de Wanteskuup komen een heel aantal ganzen en eenden. De eenden zijn welkom, de grauwe ganzen wat minder. Gelukkig komt er ook nog een heel goede soort uit de Wanteskuup. Mark determineerd hem al als hij langs vliegt, zomertaling! De vogel strijkt neer en laat zich goed bekijken.
De ’s-Gravenhoek heeft het soortentotaal op 105 gebracht. In ieder geval nummer 106 hopen we bij het Bokkegat te scoren in de vorm van een boomkruiper. Al snel zijn we ter plaatse en gaan we naar het bos bij het Bokkegat. Onderweg komt nog een groene specht langs vliegen. In het bos horen we echter niets. Opeens vliegt is er een valkje tussen de bomen door te zien, een boomvalk! Nu hebben we alle niet zeldzame roofvogels compleet: havik, sperwer, torenvalk, slechtvalk, boomvalk, smelleken, buizerd, bruine kiekendief en blauwe kiekendief. Als we uit het bos lopen komt de boomvalk nog een keer fantastisch over. Nu is er ook de gelegenheid om leuke plaatjes te schieten.
Het blijkt een juveniele boomvalk te zijn. Als de valk weg is horen we opeens ook de bekende roep van de boomkruiper, mission completed! Met meer vogels dan we gedacht hadden lopen we terug. Nu wordt het toch opschieten, snel gaan we door naar de noordkant van het Bokkegat. Daar loopt niets, vlug door naar de Oesterput. Hopelijk vinden we daar een aantal van de nog ontbrekende soorten. Een groep grutto’s is goed voor nummer 108. Op de dijk ontdekt Mark nummer 109 in de vorm van twee zwarte sterns die we nu allemaal zien. Edward ziet 110 in de vorm van een regenwulp die tussen de gewone wulpen staat te poetsen.
Snel door maar weer! Bij de Wanteskuup hopen we in ieder geval baardman en misschien ook bosruiter te zien. Daar zitten in ieder geval watersnippen en al snel wordt de bosruiter ontdekt. Een alarmroepje klinkt uit het riet. Al snel weten we de oorzaak: een kleine karekiet! De teller staat nu op 112. Dan klinkt het welbekende roepje van een baardman. Nummer 113 is binnen! Nog slechts één soort zijn we verwijderd van het Bevelandse record 114. We houden kort krijgsraad wat we zullen doen. We gaan voor het schor van Kats om daar rosse grutto en hopelijk ook kanoet te zien. Na een tijdje ontdekt Mark één rosse grutto. Het record is geëvenaard! Op de plaat van Kats hopen we de ontbrekende soort aan te vullen. Terwijl de laatste minuten wegtikken zoeken we koortsachtig de plaat van Kats af. Een rotgans met een lichtere flank blijk helaas niets bijzonders te zijn. Terwijl de laatste seconden verstrijken beseffen we dat een nieuw record er niet meer in zit. Zes uur, de Big Day is afgelopen. Een zeer goed dagresultaat behaald! Zoals het plan was wordt in restaurant de Kroon de Big Day besloten. Op een meegebrachte lijst kruist Mark ter controle alle soorten af om zo precies te weten of er niets dubbel geteld is. Hij komt uit op 113… Gelukkig! Mark had de bladkoning nog niet op de lijst staan. Even later kunnen we vol trots aan een bellende Corstiaan meedelen dat we 114 soorten gezien hebben. Even veel als hun winnende team! Toch een goede prestatie als je bedenkt dat bij Walcheren ongeveer vijf of zes teams meededen tegenover die ene van ons! Zeer tevreden wordt de avond afgesloten met een voor Mark, Edward en mij een Boerenomelet en voor Ilona frietjes met een frikadel. Jammer dat het record niet verbroken is, maar dan hebben we volgend jaar nog wat te doen! Zo zou het verslag geëindigd zijn als Corstiaan Beeke de Walcherse en Bevelandse lijst niet nog een keer herteld had. Walcheren kreeg er een soort erbij, maar wij ook. De boomkruiper stond niet op de kruisjeslijst en die hebben we wel degelijk gezien. Zo eindigen zowel Walcheren als Bevelanden toch met 115 soorten. Als nog is er een nieuw Bevelands record gevestigd!

zaterdag 10 september 2011

De traditionele Huttentocht anno 2011


Zoals gewoonlijk wordt er ieder jaar een Huttentocht gehouden. Ook dit jaar is dat weer het geval. De vorige twee huttentochten ben ik van de partij geweest maar bij deze aarzel ik toch. Het bij de vergadering besproken programma klonk mij niet zo aanlokkelijk in de oren en daarom besloot ik het af te zeggen. Het programma is deze week echter nog aangepast zodat het mij nu toch leuk genoeg leek om mee te gaan. Om kwart over acht komt Peter Boelee (excursieleider) mij ophalen. Daarna rijden we naar de Vierwegen om op de anderen te wachten. Om kwart voor negen is de troep compleet. Ondertussen heb ik de tijd gedood met wat eerste dagsoortjes op te schrijven tjiftjaf, roodborst, winterkoning, houtduif en meer van dat spul. Eerst wordt besloten om naar het Stinkgat te gaan. Onderweg wordt na de Oesterdam nog even gestopt bij een gebiedje. Opvallend daar zijn de vele watersnippen.
Een kemphaan is leuk en ook horen we de eerste gele kwikken. Ook gaaf is een grote zilverreiger die goed overkomt vliegen.
Verder zitten er nog veel goudplevieren. Na dit gebied gaan we dus naar het Stinkgat. Het is een stukje lopen naar de hut maar na een poosje gezellig tussen de koeienvlaaien doorsjokken (met natte sokken) zijn we er toch. Er zitten veel kieviten maar toch ook nog wat ander spul. Een oeverloper is nieuw voor de daglijst. Verder loopt er ook nog een strandlopertje. Ik zeg wel strandloperTJE maar in werkelijkheid ziet hij er nog al fors uit. Met behulp van hersens en gids komen we al snel op een onvolwassen krombekstrandloper uit. Ook daar loopt een kemphaan. Ook leuk is een dodaarsje die nog deels in zomerkleed is.
Als de anderen al weggaan kijken we nog een laatste keer door het gebied. Bij een inmiddels ook ontdekte juveniele bontbekplevier loopt nog een strandlopertje… hij is ietsje kleine dan het pleviertje en dat kan maar één ding betekenen: een kleine strandloper.  Opnieuw eentje erbij voor de daglijst. Als we een poosje gekeken hebben staan ze op een gegeven moment alle drie bij elkaar: krombek, kleine en kemphaan. Nu is ook goed het grootteverschil tussen krombek en kleine te zien. Op de terugweg vliegt de hele troep kieviten op. Maar, wat vliegt daar nu tussen? Samen met Ton Stapels en Izak Weststrate bekijk ik een wel heel merkwaardige vogel. Een zeer licht ruitertje met grijze vleugels, een spierwitte kop en buik. Wat kan dat nu toch zijn? Een hele tijd weten we niet wat we voor ons hebben. Gedachtes aan dwaalgasten spoken door ons hoofd. Met de gids er bij kunnen we al gauw dingen af gaan strepen. Uiteindelijk komt een kemphaan het dichtst in de buurt, na raadpleging van Mark Hoekstein kom ik er ook achter dat dit zelfs niet eens zo’n afwijkend kleed is. Een foto van zij die wat langer bleven en dus de kleine strandloper nog zagen, staat hieronder.
V.l.n.r. Ton Stapels, Bram Tissink, Lennart Verheuvel (ikzelf dus), Izak Weststrate
Na de Thoolse gebieden gaan we zoals ieder jaar naar de Hellegatsplaten. Met moeite ploegen de auto’s zich over de onverharde weg. Uiteindelijk staan alle auto’s gelukkig, weliswaar bemodderd, geparkeerd. Daarna gaan we over de dijk naar de hut toe. De nieuwe hut helaas, de andere hut was sinds vorig jaar afgebroken en nu staat er een nieuwe. Naar die hut is het niet zo ver lopen als naar de andere maar hij is lang niet zo leuk als zijn voorganger. Zodra we de brug bereikt hebben gaan we daaroverheen naar de hut. Als ik aan kom lopen vallen mij meteen de grote groepen eenden op die naar ons toe komen vliegen. Daar is wat aan de hand! Ja, hoor een cirkelende rover. “Rover!” roep ik naar Izak. Al snel kan ik ook de soortnaam er bij vermelden: Visarend! Terwijl ik al foto’s ga maken brullen we nog snel naar de anderen in de hut dat we een visarend hebben. De visarend laat zich erg leuk zien. Vooral met de telescoop is hij mooi te bekijken. Heel wat beter dan die vage, verre visarend van vorig jaar!
Als ik een beetje uitgefotografeerd ben ga ik weer in de hut en daar hoor ik dat er op de dam tegenover de hut nog een andere, zittende visarend zit. Hoewel deze ver weg is, is ook hij leuk te zien. Nu hebben we dus twee visarenden! Ook daar zien we weer een kemphaan. Voor de daglijst zijn een aantal eenden nieuw. Smient, wintertaling en ook tafeleend maar die weten we achteraf toch niet helemaal zeker dus die wordt er weer afgehaald. De anderen in de hut zeiden dat ze een middelste zaagbek hadden gezien. Met behulp van de telescoop van Anneke kan ik er al vrij snel zes vinden, ook nieuw voor de daglijst. Na ons leuke verblijf in hut ‘De Visarend’ gaan terug naar de auto’s. Onderweg zien we nog een één of ander vreemd vogeltje waarvan we niet zeker weten wat het precies is. Bij de auto’s wordt er eerst gegeten en daarna rijden we naar een andere hut. Daar zagen we vorig jaar een paar groenpootruiters erg leuk. Nu lijkt er niet erg veel te zitten. Er zit een grote groep lepelaars en ook een aantal bergeenden, maar voor de rest niet erg veel. Dat veranderd als er een groepje groenpoten komt aanvliegen.  In totaal zijn het negen groenpoten, even later vliegen ze op en nu weet ik het zeker: er zit ook een zwarte ruiter bij.
Opeens is er paniek, alle lepelaars vliegen op. Al snel wordt de oorzaak duidelijk “Havik over het water!” roept Peter. Op betrekkelijk korte afstand komt mooi een waarschijnlijk vrouwtje havik langsvliegen. Na deze hut gaan we weer terug en naar de waarschijnlijk afsluiting van de Huttentocht. We gaan met boswachter Erik de Jonge (oud-vwglid en –straatgenoot) naar de vogelkijkhut bij het Markiezaat. Op de snelweg schrikken we opeens. Een aantal hele grote vogels in de lucht! Ondanks de maximumsnelheid van maar liefst 130 km per uur parkeert Peter voor ons de auto in de berm. Wij volgen, maar lang blijven we er niet. Zulke capriolen op de snelweg uithalen is namelijk nog al gevaarlijk realiseren we ons… In die korte tijd hebben we al wel kunnen zien dat het ooievaars zijn en op mijn gemaakte foto’s zie ik ook tien witte ooievaars.
Voor mij déjà vu met de 10 zwarte ooievaars die ik samen met Edward in de buurt van ’s-Gravenpolder zag. Daar werd trouwens ook zonder pardon de auto in berm geslingerd, zij het met een aanzienlijk lagere maximumsnelheid… Voor de rest komen we zonder ongelukken op de plaats van bestemming aan. Daar maken we kennis met Erik de Jonge en begint de toch met het beklimmen van de trappen van de uitkijktoren aldaar. Vanaf die uitkijktoren hebben we een mooi uitzicht over het gebied. Terwijl Erik het een en ander vertelt bekijken we ondertussen op het gemak de daar aanwezige vogels. Opvallend veel steltlopers zitten er maar ook het bos zelf is leuk. Een boomkruiper is nieuw voor de daglijst. Erg leuk zijn enkele vechtende mannetjes sperwers die dichtbij op ooghoogte voorbij komen. Na de uitkijktoren wordt er naar de hut gelopen. In de hut zien we eigenlijk niet er veel spectaculaire soorten maar het is er wel erg leuk. Nieuwe soorten voor de daglijst zijn daar tafeleend, slechtvalk, geoorde fuut, visdief en nog enkele anderen. Na de hut besluiten we om naar huis terug te gaan. Wel via de Hoogerwaardpolder zodat op de draden langs de weg misschien nog wat paapjes te scoren zijn. Dat lukt helemaal. Nauwelijks zijn we de Hoogerwaardpolder ingereden of Izak ziet iets op de draden zitten. Het duurt even voordat we er achter komen wat dat ‘iets’ is maar uiteindelijk  zien we allemaal (Arjen, Merien, Izak en ik) een mooi paapje zitten. Al snel vliegt de vogel naar de andere kant van de weg en lukt het mij om nog een bewijsplaatje te maken.
Even later zien we zijn meest naaste familielid: een mannetje roodborsttapuit is mooi te zien terwijl hij op een paaltje zit.
In de lucht cirkelen een aantal buizerden maar helaas geen wespendieven. Verder zitten daar ook een aantal grote zilverreigers. Als we nog een stukje verder rijden wordt op de draden ook de derde goed mogelijke tapuitensoort ontdekt: de tapuit zelf. Het zijn er twee en ze zijn leuk te zien. Het lukt mij ook om eentje te platen terwijl hij net een insect vangt.
Met deze rit door de Hoogerwaardpolder wordt de excursie afgesloten en rijden we verder non-stop naar huis. Het is weer een leuke excursie geweest. De andere planning dan de gewoonlijke op huttentochten heeft er wel voor gezorgd dat het dagrecord vandaag niet erg hoog uitvalt. 72 dagsoorten tegen de 85 en 89 van de jaren daarvoor. Maar, met twee visarenden hoor je niet te klagen!

zaterdag 3 september 2011

Zeelandvogelen

Vandaag stond het eigenlijk op de planning om samen met Edward Minnaar en Izak Weststrate een dagje Limburg te doen. Door de ZO wind en het seizoen hebben we op het laaste moment besloten om het toch niet te doen en hier te gaan vogelen. 's-Morgens starten we op de Nolle. Daar zien we ook Pieter Beeke en Thomas Luiten. De trek is niet echt veel bijzonders. Redelijke gele kwikkentrek en veel groenlingen maar niets spectaculairs. Een slechtvalk is nog het leukste. Dan ontdekt Thomas op zee een wel heel gekke vogel. Hij vliegt tussen de scholeksters en dus verwachten wij dat dit ook een steltloper zal zijn. Dat is het niet. Eigenlijk lijkt hij op geen enkele vogel, zijn bouw komt redelijk overeen met die van een halsbandparkiet maar de rest totaal niet. Op de foto's die ik inderhaast gemaakt heb is ook nog een groot, driehoekig, wit vleugelvlak te zien. Wat zou het zijn? Een belletje naar 'Nollefront2' (bemand door o.a. Rob Sponselee en Gido Davidse) wordt gedaan om te vragen of zij de vogel ook hebben opgepikt. Dat blijkt zo te zijn, zij konden er een valkparkiet van maken. Een gekke en onverwachte soort! Die bouw van halsbandparkiet klopte dus wel aardig. Voor de rest is het niet veel dus gaan we weg om bij Westkapelle te gaan zoeken naar een draaihals. Als we bij de Moensweg zijn aangekomen zien we ook Corstiaan Beeke en Johannes Luiten. We zoeken het hele terrein af, maar geen draaihals. Na een poosje komen ook Pieter en Thomas aan. Er wordt nog een vreemd geluid gehoord maar we komen er niet achter wat voor vogel dat geluid maakt. Na de Moensweg gaan wij door naar opslagterrein Erica. Daar heb je ook een redelijke kans op draaihalzen. Helaas zien wij ze ook daar niet. Wel een schitterend mannetje tapuit, maar verder niks bijzonders. Bij de begraafplaats zien we wel een leuke soort. Een vliegenvanger die op een grafsteen zit blijkt een vrouwtje/juffie bonte te zijn! Ook daar komen we de rest van de 'crew' die Westkapelle afstroopt weer tegen. Na wat zoeken zien zij ook de bonte vlieg. Verder valt op dat er veel merels zijn. We gaan nu eerst wat eten een daarvoor rijden we even naar de frietkraam. Daar koop ik een ijsje, Edward en Izak kopen friet en wat snacks. Als we de hele maaltijd binnen hebben gaan we lopend naar het ruiterpad. We zijn onderweg nog twee roodborsttapuiten maar nog geen paapjes waar we op gehoopt hadden. Op de terugweg komen we nog wel wat mogelijke paapjes bij de manege tegen. Die zullen we straks met de scoop beter checken. In het Vroon zit een aantal bontjes en ook een paar mooie kleine strandlopers. Als we puffend van de warmte in de auto stappen gaan we richting de manege. Als uiteindelijk de telescoop is opgesteld vinden we behalve vijf tapuiten ook een paapje! Voor zowel Edward als ik is dat een nieuwe jaarsoort. Aan de andere kant van de manege zien we hem helaas niet veel dichterbij. Wel zien we nog wat meer tapuiten. Onder hen is ook een opvallend vaal exemplaar, maar het blijkt helaas toch een gewone te zijn. Als we weer terug rijden gaan we nog even langs het draaihalsgebiedje. Ondertussen hebben we nogal schokkend nieuws gehoord. Bij Otterlo zit een kleine trap! Helaas is het voor ons al te laat om nog te gaan kijken omdat we dan niet op tijd thuis komen. Bij de camping zien we Gerard Troost en Corstiaan en Johannes. Daar staan we wat mee te praten, het is wel gezellig maar helaas zien we geen draaihals. Zonder draaihals moeten we dan ook Walcheren verlaten om naar Noord-Beveland te gaan. Ook daar zit opvallend weinig. In het Bokkegat zit helemaal niks. Bij het Waterhoefje zit ook geen grote geelpoot helaas. Bij de 's-Gravenhoek zit gelukkig wat meer. Een vrouwtje pijlstaart is leuk een ook zit er nog een andere exotische pijlstaart: Bahamapijlstaart. Een mooi beestje, jammer dat ie exoot is! Na de 's-Gravenhoek gaan we naar huis. Geen slechte dag, maar wel jammer dat we niet echt veel spectaculairs gezien hebben. Volgende keer beter! 
EDIT: FOTO'S WORDEN ER NOG BIJGEZET, ALS IK DAT TENMINSTE NIET VERGEET...