dinsdag 28 februari 2012

Meer dan 1000 pageviews deze maand!

Zo, nog negen pageviews erbij en ik heb de mijlpaal van 1000 pageviews in de maand februari gepasseerd. Het vorige hoogste aantal pageviews in de maand was ongeveer 650 dus dat scheelt nogal... Deze dag is ook de mijlpaal van 5000 pageviews gepasseerd, maar dat is inmiddels al weer 5115..

De 1000 is gepasseerd!

zaterdag 25 februari 2012

Een dagje Limburg

Deze week heb ik vakantie. Ik hoopte deze week te gaan vogelen en te gaan werken, niet dus. Ik ben vanaf dinsdag ziek. Ik weet dat Edward waarschijnlijk zaterdag naar Limburg zou gaan dus die bel ik op. Hij is nog van plan om te gaan, maar hij weet nog niet of hij zijn auto terug heeft. We spreken af dat we vrijdagavond nog een keer contact opnemen om het zeker te weten. Vanwege mijn ziekte weet ik ook nog niet zeker of ik kan gaan. Vrijdag stuurt Edward mij een sms'je, wat hem betreft kan het gewoon doorgaan. Ik sta voor een dilemma, ik weet niet zo goed wat ik moet doen. Ik voel me nog niet helemaal top en als ik me in Limburg opeens niet meer goed voel is dat ook niet echt geweldig. Ik besluit om toch maar te gaan. Om zeven uur 's ochtends haalt Edward me op. Ik voel me uitstekend dus dat is een goed teken. Ilona gaat ook mee. Het is uiteraard een stukje rijden vanuit Zeeland, dus we zitten zo'n twee uur in de auto voordat we bij de plaats van bestemming zijn. Dat is het Kerperbos bij Vaals. Daar hopen we kortsnavelboomkruiper en middelste bonte specht te scoren. Als we geparkeerd zijn regent het heel kort, maar het houdt gelukkig al snel op. Daarna stappen we uit en lopen het bos in. Op een open plek staan we stil om te luisteren wat er allemaal om ons heen zingt. Er zitten erg veel grote bonte spechten die om ons heen aan het roffelen zijn. Opeens horen we een aparte roep. Dat zou wel eens een middelste bonte specht kunnen zijn! Ik richt mijn kijker op de tak waar ik vermoed dat de vogel zit. Bingo! Ik zie een specht met een roze anaalstreek en rode pet over een tak kruipen, middelste bonte specht! Snel probeer ik Edward uit te leggen waar hij zit en hij heeft hem ook al snel in beeld. Ik probeer wat bewijsplaatjes te maken, maar helaas is het daar nogal donker zodat ik op mijn schermpje zie dat ik een boomklever op de foto heb gezet, die zat daar ook... Als de specht wegvliegt gaan we verder, dit target is gehaald, nu de kortsnavelboomkruiper nog! Als we nog maar net wegzijn horen we een aparte roep. Het herhaalt zich een paar keer, bosuil! Eindelijk heb ik dan toch die bosuil binnen! We proberen hem te lokaliseren, maar helaas roept hij daarvoor niet lang genoeg. Wel roept er nog een andere bosuil. Als we weer op het pad staan kijken we ook daar goed om ons heen.  Dat wordt beloond met een glanskop, ik zag de vogel al eerder voor een zwarte mees aan omdat ik niet alles goed zag. We proberen zo goed en zo kwaad als het gaat een paar foto's te maken.
Opvallend daar is ook een koolmees die een boomkruiper meesterlijk nabootst. Als we op het pad staan komen twee boomkruipers voorbij vliegen. Ik volg er één met de kijker en gelukkig gaat hij even op een stam zitten. Dat is lang genoeg voor mij om de opvallende oogstreep en de witte onderkant te zien, dat zijn waarschijnlij kortsnavelboomkruipers! We lopen het bos in, er achter aan. We kunnen ze echter niet meer vinden. Gelukkig duurt het ook hier niet lang of we zien wat kruipen op een boom naast ons. We kunnen nog niet alles goed zien, maar dat lukt wel als de vogel op een andere stam gaat zitten. Dit is echt een kortsnavelboomkruiper! Ik kan vlug enkele bewijsplaatjes schieten. De vogel blijft niet erg lang zitten en op den duur zijn we hem ook kwijt. Dat geeft niet want we hebben hem duidelijk gezien. Op mijn foto zijn ook alle kenmerken goed te zien.
Verder gebeurt er in het Kerperbos niet veel bijzonders. We lopen terug naar de auto en we gaan op weg naar het Hamsterreservaat voor grauwe gorzen. Afdeling Kerperbos is gelukt! Bij de eerste stopplek bij het Hamsterreservaat vliegt al een grote groep gorzen op. Voor zover wij het kunnen beoordelen zijn het allemaal geelgorzen. Het is behoorlijk lastig om de vliegende gorzen te determineren en op de grond kunnen we ze vaak niet zien. Een groepje van vier gorzen zouden grauwe kunnen zijn, maar dat weten we niet zeker. We maken wat bewijsplaatjes van de geelgorzen, maar helaas kunen we nergens een grauw gorsje ontdekken.
Dan maar naar de volgende locatie. Op die locatie horen we al de kenmerkende zang van de geelgors. Het duurt niet lang of we hebben het vogeltje zelf ook gevonden. We maken wat bewijsplaatjes en gaan daarna verder zoeken naar de grauwe gorzen.
Helaas vinden we die ook hier niet. De volgende locatie levert wel twaalf grote zilverreigers op, maar helaas ook geen grauwe gorzen. Daarna stond de waterspreeuw op de planning. Als we bij de plaats van bestemming aankomen gaan we daar de beek aflopen. We hebben er niet veel hoop op, maar je weet nooit... Helaas levert de beek alleen maar een grote gele kwikstaart op. Erg jammer, want we hebben nu ook weer tijd verloren. Na deze beek gaan we naar de Encigroeve, we hopen nu eindelijk die oehoe te zien. Als we daar aankomen is het ondanks de aanwijzingen op het forum van waarneming.nl toch nog behoorlijk zoeken naar de juiste plaats. Uiteindelijk gaan we op een plaats staan waar we denken dat we wel wat kunnen zien. Het duurt heel erg lang en we moeten heel lang scannen. Uiteindelijk heeft Edward twee ogen gevonden. Het is niet anders te zeggen, het meest lijken het nog twee ogen te zijn. Hij probeert ze mij aan te wijzen maar helaas kan hij ze niet meer terugvinden. Een poos later heeft hij ze echter weer in de scoop. Helaas kan ik die ogen maar niet vinden. Het zijn echt ogen want het linkeroog knipoogde net even. Edward zet de ogen in de scoop op vijftig keer vergroting, maar ik zie nog steeds niets. Als de ogen weer even verdwenen zijn (de oehoe kan ze natuurlijk ook dichtdoen) kan ik eindelijk iets vinden dat de oehoe wel moet zijn. Ik zie een stukje van de borst en de linkerkant van de kop. De kleur klopt en in combinatie met de ogen moet dit de oehoe wel zijn. Het blijft wel een onbevredigende waarneming, dat moet later maar eens overgedaan worden! Vanaf een ander uitkijkpunt kunnen we ook niets vinden. Als ik nog even met twee andere vogelaars praat blijkt onze waarneming wel bijzonder te zijn omdat de vogel normaal aan de andere wand van de groeve zit. Daar kunnen we helaas geen oehoe ontdekken. Met dat zoeken naar de oehoe hebben we helaas al veel tijd verloren en de kuifleeuwerik zit er dus niet meer in. We besluiten daarom om met de Oolderplas bij Roermond af te sluiten. Het is een stuk rijden dus dat duurt uiteraard even. Daarna moeten we nog even zoeken naar de juiste locatie, maar uiteindelijk staan we er toch. Helaas kunnen we de hier gemelde krooneenden niet vinden. Van de twee gemelde duikers, parelduiker en roodkeelduiker zien wij net de roodkeelduiker... Verder zijn zes nonnetjes nog het vermelden waard, maar helaas zit er niet meer. Jammer, we hadden gehoopt op de krooneenden, maar helaas. Na de Oolderplas gaan we terug naar huis. We kunnen terugkijken op een dag met dips, maar we hebben toch ook het nodige gezien. Het was al met al toch een leuke dag! Ik heb drie nieuwe levenssoorten oehoe, bosuil en taigaboomkruiper van het taxon macrodactyla. Daarnaast ook behoorlijk veel nieuwe jaarsoorten.

zaterdag 11 februari 2012

Ontdekking van een kleine burgemeester!

Dinsdag: Een witte vleugel...
Door het koude weer is heel veel bevroren. Ik weet dat naast de Willem Anna polder een waterzuivering is waar het water misschien niet bevroren is. Ik heb dinsdag tijd om te vogelen dus dat doe ik ook. Mijn vermoeden klopt, de reservoirs van de waterzuivering zijn niet bevroren en ook de sloot die er naast ligt is niet bevroren doordat die ook constant in beweging is. In de sloot zitten veel wintertalingen, bergeenden en ander gespuis. Als ik afstap vliegt er voor me uit nog een watersnip. Als bij de waterzuivering een vrachtwagen wegrijdt zie ik meeuw met opvallend witte vleugels wegvliegen. Kleine burgemeester, flitst het door mijn hoofd. Helaas vliegt het beest niet nog een keer omhoog zodat ik niet zeker ben van mijn waarneming. Het leek er allemaal wel heel erg op, maar toch... Ik besluit alle regels aan mijn laars te lappen en het terrein van het Waterschap Zeeuwse Eilanden op te lopen. Terwijl ik me vast houd aan het hek wurm ik me moeizaam om het hek heen terwijl ik met mijn voeten tegen de slootwal aansta. Uiteindelijk sta ik dan toch op het terrein. De brutalen hebben de halve wereld dus op mijn gemak loop ik naar het tweede reservoir waar ik de meeuw zag. Helaas, geen kleine burgemeester of iets wat daar op lijkt. Kalm loop ik weer terug, terwijl ik ondertussen een medewerker van het Waterschap die argwanend naar me staat te kijken, vriendelijk toeknik. Snel ga ik weer om het hek heen en sta ik weer op openbaar terrein. Deze actie op verboden gebied heeft niets opgeleverd. Ik rijd verder langs de sloot en ik zie opvallend veel bonte strandlopers in de sloot. In de polder verderop zitten ook veel ganzen voor deze begrippen. Ik zie mijn eerste brandganzen van de local patch (100), kolganzen (50) en rotganzen (20).

Donderdag: Controle met brood, zonder resultaat...
Die meeuw zit me nog steeds niet lekker. Ik ga daarom donderdag terug met een weekvoorraad oud brood achterop. Al snel kom ik op de plaats van bestemming aan. Ik was niet erg vroeg uit dus het is al vijf uur. Ik begin het brood uit te strooien, maar geen enkele vogel reageerd er op. Zelfs de kokmeeuwen houden het voor gezien. Het enige leuke is een mooie grote gele kwikstaart die nog nieuw voor de jaarlijst is. Ik vind het nogal zonde om al het brood voor jan-met-de-korte-achternaam weg te gooien dus de helft bewaar ik. Onderweg naar huis kan ik nog een troep hongerige meerkoeten blij maken met het restant.
Die meeuw zal altijd wel een raadsel blijven...

Zaterdag: Adult winterkleed kleine burgemeester!
Het is zaterdag, voor het eerst in twee weken ga ik weer werken. Als het werk er op zit ga ik naar huis. Ik doe zelf de friet in de pan en ondertussen bel ik Edward. Hij is al aan het vogelen dus ik kan niet mee. Ik had er ook niet echt op gerekend want het zou wel toevallig zijn dat hij precies om deze tijd ook ging vogelen. Zeker is echter zeker. We kletsen wat bij, wensen elkaar succes en beëindigen het telefoongesprek. Edward gaat de kleine burgemeester van Vlissingen doen en proberen de witoogeend van het Veerse Meer weer te herontdekken. Ik ga wat in de buurt vogelen en kijken of de waterzuivering nog wat opbrengt. De burgemeester heb ik al uit mijn hoofd gedaan, dat beest kan overal zitten als het er al één is...
Onderweg bekijk ik een vrouwtje torenvalk en jaag ik (onopzettelijk) twee wintertalingen uit een sloot. Die beesten zijn zo verschrikkelijk schuw dat ze al uit de sloot vliegen als je aan de andere kant van de weg langs komt fietsen. Als ik bij de waterzuivering ben besluit ik om voor een voorzichtige benadering te gaan, mogelijk jaag ik dan niet zo veel weg. Stapje voor stapje loop ik in de richting van de sloot. Het werkt, behalve twee bergeenden vliegt er niets weg. Een bonus is nog een groene specht die uit de sloot vliegt. Uiteindelijk bereik ik veilig de struiken waarvan ik de vogels in de sloot kan beloeren. Ondertussen richt ik mijn kijker ook op het voorste reservoir. Meteen knalt één vogel er uit, een meeuw... Ik knipper met mijn ogen en kijk nog eens goed dat is gewoon een kleine burgemeester! Ik probeer kalm te blijven om mezelf voor teleurstelling te behoeden en check de vogel op diagnostische kenmerken. Ondanks het tegenlicht herken ik alle kenmerken vlot. De bouw van deze vogel is typisch kleine burgemeester, voegt men daarbij blauwgrijze vleugels, witte armpennen, een geelgroen snaveltje met rode punt, een licht oog en bruine vlekken op de kop en men heeft een adult winterkleed kleine burgemeester! Ik ben superblij, dit is mijn eerste volledig adulte kleine burrie en ook nog eens mijn eerste op de Bevelanden, het leukst van al is natuurlijk dat ik hem zelf heb ontdekt. Als ik wat bewijsplaatjes geschoten heb ga ik meteen Mark bellen. Mark is helaas niet bereikbaar. Daarna bel ik Edward, hij feliciteerd me met de ontdekking, maar hij kan zelf niet komen. Als de vogel er leuk uitziet op de foto's gaat hij morgen ook wel even een kijkje nemen. Daarna bel ik Niels de Schipper, hij zal er met een halfuurtje zijn en tegelijkertijd ook een sms op de Walcheren-smsgroep plaatsen. Bezorgd zie ik dat de batterij van mijn mobiel bijna leeg is, snel bel ik mijn overbuurman de Wilde op om te vragen of hij toevallig interesse heeft. Ik kan alleen nog noemen dat ik een kleine burgemeester heb want daarna valt mijn mobiel uit. Ik vermaak me daarna nog een hele poos met de kleine burrie, maar Niels komt niet.
Uiteindelijk vliegt de vogel over de dijk.
Snel ga ik over het prikkeldraad en sta ik ook op de dijk. Het duurt niet erg lang of ik heb de vogel weer gevonden terwijl hij ver weg vliegt. Hij kom wel steeds dichterbij en strijkt uiteindelijk neer dichtbij de dijk. Daar gaat hij plukken aan een dode witgat die in het water drijft. Ik maak een aantal foto's.
Na een hele tijd vliegt de vogel weg en nu raak ik hem definitief kwijt.
Ik doe ook geen extra moeite meer om hem op te sporen want het is al laat. Ik scoop de Biezelingsche Ham nog af, maar dat levert behalve veel smienten niets bijzonders op. Uiteindelijk komt Niels ook aangereden. We praten wat en ik laat hem wat foto's zien. Op weg naar huis zie ik nog een steenuil zitten op zijn vaste plek.
Als ik langs het huis van Chiel Jacobusse rijd stop ik even om te zeggen dat er bij de waterzuivering een kleine burgemeester zit. Als ik thuis ben ga ik ook nog even bij overbuurman de Wilde zeggen waar die kleine burrie nu precies zat. Hij feliciteert me met de ontdekking en hoopt de vogel zelf ook te kunnen gaan zien. Blij kom ik thuis, mijn eerste zeldzame soort die ik zelf ontdekt heb!

zaterdag 4 februari 2012

Vogelen met sneeuw en ijs heeft consequenties!

Sinds de winter van vorig jaar heb ik een hartgrondige hekel aan alles wat sneeuw en ijs is. Wat dat betreft vond ik deze winter nog niet eens zo slecht. Op het eerste gezicht heb ik geen hekel aan sneeuw als het de dag er na maar gesmolten is! De weersvoorspellingen waren onheilspellend: het vroor al dat het kraakte en nu kwam er ook nog eens sneeuw bovenop. Om 1 uur begon het te sneeuwen. Het enige positieve aan de zware sneeuwval was dat ik (en de hele school) een uur eerder uit was. Toen met de fiets door de sneeuwhagel naar huis. Toen ik thuis was had ik wel mijn bekomst van al dat gesneeuw. Toch brengt zelfs sneeuw ook voordelen met zich mee (elk nadeel heb z’n voordeel!)  vogels fotograferen met sneeuw geeft altijd leuke resultaten. Daarom bel ik Edward maar om te vragen of hij morgen toevallig gaat vogelen. Hij gaat vogelen, hij wilde op de Brouwersdam de ontbrekende soorten inhalen en ook de buidelmezen bij Vockestaart doen. Vooral die buidelmezen zie ik wel zitten want die heb ik nog niet zo mooi gezien en de Brouwersdam heb ik natuurlijk al gedaan. We spreken af dat als de buidelmezen vrijdag gezien zijn, we om zeven uur weggaan en anders om acht uur. Ze zijn gezien dus om zeven uur is het dan zo ver. Ik sta klaar en Edward komt me thuis ophalen. Met de nodige attributen om de kou buiten te houden, installeer ik me in Edwards autootje. Het is door de sneeuw glad en ook nog eens heel erg mistig, een combinatie die garant staat voor de nodige verkeersongelukken. Edward vertrouwd blind op de Tom tom want hij weet denk weg hier niet en die stuurt ons lang niet al te betrouwbare weggetjes. Ik heb even niet door dat dit niet de enige goede route is anders had ik wel even gezegd dat we beter langs de stoplichten konden gaan. Uiteindelijk rijden we met een matige gangetje over de ’s-Gravenpolderse Oudedijk. Opeens komt er een bocht. We hadden het aan kunnen zien komen door de Tom tom, maar ja achteraf praten is altijd makkelijk. We rijden 40 km per uur, maar dat is voor deze bocht toch nog te hard. Edward probeert zo goed als hij kan de bocht op de vangen, maar we hebben geen grip meer en de auto draait rond terwijl we aan de overkant van de weg de dijk afschieten. Daar worden we tegen gehouden door een hek met prikkeldraad. Bom, we staan stil. Onze eerste gedachte is dat dit wel ‘ einde oefening’  voor deze vogeldag zal zijn. We blijven voorlopig rustig zitten en bellen de ANWB. De medewerkers bij de ANWB zijn echter constant in gesprek. Nadat we dat zo’n twintig keer gehoord hebben besluit ik om mijn vader maar even te bellen. Misschien weet hij het nummer van een boer hier dichtbij en kan die ons er met de tractor uithalen. Hij heeft me het 06-nummer van Kloosterman, een boer die hier vlakbij woont. Ik bel de boer en hij is gelukkig bereid om ons er uit te trekken. Na niet al te lange tijd verschijnt te tractor. Wij besluiten om nu maar eens uit te stappen. We praten wat met de boer en hij maakt de sleepkabel vast aan een oog onder de auto. Wij maken intussen wat bewijsplaatjes.
Edward gaat in de auto zitten en de trekker begint te trekken. Met gekraak komt de auto los uit het prikkeldraad. Als de auto op de weg staat kunnen we de schade bekijken. Aan de kant waarmee de auto tegen het prikkeldraad stond zitten alleen krassen. Aan de andere kant ziet de bumper er nogal verfrommeld uit. Edward geeft er een ruk aan de bumper schiet los en veert recht. Voor zover we kunnen beoordelen is er geen schade die ons verhindert te rijden, maar wel zit de bumper aan de ene kant los en zijn er de nodige krassen. Gelukkig is de verzekering daar goed voor. We bedanken de boer hartelijk en betalen twee tientjes voor het lostrekken. Voor ons niet veel want een takelwagen van de ANWB had meer gekost. Omdat we nog kunnen rijden besluiten we om gewoon te tocht te vervolgen. We bellen naar huis dat alles weer oké is en gaan verder. We hebben nog niet eens zo gek veel tijd verloren: 35 minuten. Het verder van de reis verloopt zonder al te grote problemen. Edward schenkt de eerste scheut koffie uit de thermoskan  er naast en ik zit ook te knoeien met mijn chocolademelk. Uiteindelijk beginnen we toch in de buurt van de bestemming te komen. De Tom tom stuurt ons de verkeerde kant op, maar gelukkig weet Edward hier wel de weg en komen we toch op de goede plaats aan. Als de auto stil staat worden de fototoestellen goed afgesteld en gaan we op weg. We zien een andere fotograaf en we gaan zoeken. Na een poosje hoor ik de buidelmezen roepen. Edward hoort het eerst niet, maar later gelukkig wel. We lopen in de richting van het geluid, maar als we dichtbij zijn horen we het niet meer. Besluiteloos kijken we wat in het rond. Opeens hoor ik een geluid, ik zie ook wat schitteren en daar richt ik mijn kijker op. Door het riet zie ik een bataljon fotografen. Daar moeten we zijn! Het duurt niet lang of we staan op het ijs naast de fotografen ook foto’s te maken van de buidelmezen. Ze zijn schitterend te zien. Het duurt niet erg lang of ze zitten te foerageren op drie meter afstand. Ik kan zelfs een paar foto’s maken als ze er met z’n tweeën op staan. Door het rijp worden er erg leuke foto’s gemaakt.
Als we genoeg foto’s hebben gaan we weer weg, we hebben tenslotte nog meer op het programma staan. Het is even rijden, maar uiteindelijk staan we dan toch ook op de Brouwersdam. Nog steeds moeten we erg voorzichtig doen, maar gelukkig is er bij de Brouwersdam geen mist. Inmiddels hebben we ook al een nieuwe jaarsoort gescoord: een houtsnip die voor de auto uitvliegt. Bij het haventje wordt de auto stop gezet. Een meeuw op een paaltje lijkt kenmerken van een pontische te hebben, maar als de vogel naar beneden komt zien we dat het een gewone zilvermeeuw is. Op de basaltblokken loopt ook nog een oeverpieper. Dat is voor mij nog een nieuwe jaarsoort en we zetten hem mooi op de foto.
Edward heeft geluk als hij uit een groepje van zes zwarte zee-eenden ook nog een grote  zee-eend kan ontdekken. Dat is voor hem weer een nieuwe jaarsoort. Als we alles wel een beetje bekeken hebben rijden we verder de dam op. Na een poosje stoppen we weer. Het duurt niet lang of Edward heeft zijn eerste ijseenden gevonden. Het is weer hetzelfde groepje als die ik had. Er zitten erg veel zwarte zee-eenden, maar daartussen kan ik nog een adulte vrouw ijseend ontdekken. Verder zitten er natuurlijk veel kuifduikers. Als we weer aan het begin van de dam zijn wordt de auto weer gestopt. We kunnen paarse strandlopers erg mooi fotograferen.
Er lopen ook drieteentjes en bontjes rond.
Verder lopen er ook nog wat kanoeten. Op de punt worden de telescopen opgesteld. Opeens wil Edward even door mijn telescoop kijken. Hij zet een paar vogels in beeld en ik mag nu door de scoop kijken. Wat ik zie zijn twee eenden waar de ring om de snavel uitknalt. Een snelle check levert ook nog een donkere punt aan de snavel op, toppers! Edward heeft zomaar een nieuwe soort voor mij gevonden! Dit is één van de soorten die ik nog moest. Blij bekijk ik de toppers nog eens goed en neem ik een paar foto’s.
Zelf ontdek ik nog een roodkeelduiker. Verder zit er, voor de Brouwersdam, niet heel veel bijzonders. Een stop eerder hadden we trouwens ook nog een slechtvalk die een mislukte stootduik deed op een wulp. De volgende halte zal bij Schouwen zijn. Edward wil graag een ijsvogel zien/fotograferen en daar heb ik natuurlijk geen bezwaar tegen. Verder hopen we daar ook nog de drie verschillende rotganzen op de foto te kunnen zetten. Het ijsvogelslootje levert geen ijsvogel op, simpelweg omdat de sloot is dichtgevroren. Als we zo langs de sloten rijden zien we wat auto’s met fotografen bij de slootkant stilstaan. Er blijkt een houtsnip aan de overkant van de sloot te scharrelen. Ook wij kunnen wat leuke platen schieten.
Uiteindelijk verdwijnt de houtsnip tussen de bomen. Een eindje verderop is nog een fotograaf iets aan het fotograferen. Dat ‘iets’ blijkt een stervende bonte strandloper te zijn. Ik maak één bewijsplaatje en we rijden verder. We hebben bij de Brouwersdam de bonte strandlopers al leuk kunnen fotograferen en als zo’n beest aan het sterven is, is er geen kunst aan. Net zo iets als wegterende papduikers op het strand… Toch openbaart die bewijsplaat nog wel wat, als het aan het eind van de dag is bekijk ik de foto nogmaals. Boven de bonte strandloper zit een mooie watersnip! Het is misschien wel mijn mooiste foto van een watersnip, met lichtje in het oog en leuk licht.
Jammer dat ik hem dan zelf niet gezien heb… Verderop in de sloot zitten nog een stuk of tien bonte strandlopers. Bij de plek waar de rotganzen zitten hebben we al snel de zwarte rotgans en de witbuik gevonden. Terwijl ik foto’s maak sorteert Edward zijn foto’s.
Als ik uitgefotografeerd ben en hij uitgesorteerd, draait hij de auto en maakt hij ook wat foto’s. Ik weet in de buurt ook nog een klucht van dertien patrijzen. Ze zijn erg lokaal en het duurt dan ook niet lang of we hebben ze gevonden. Helaas zitten ze aan de andere kant van de weg zodat we tegenlicht hebben. Meer dan een bewijsplaatje zit er dan ook niet in.
Na Schouwen staat Neeltje Jans op het programma. Voor mij is de grote burgemeester nog een nieuwe jaarsoort en ook een ruigpootje in de sneeuw zou niet gek zijn. Als we op Neeltje Jans zijn zie ik al vrij snel een ruigpootbuizerd op een dijkje zitten. Helaas vliegt hij weg als we stoppen. Het is laag water dus de kans is groot dat de grote burgemeester niet aanwezig is. We weten even niet zo goed wat we moeten doen. We hebben ook geen zin om voor niks te gaan lopen. Edward kijkt even op zijn mobiel of de grote burgemeester al gemeld is. Dat blijkt niet zo te zijn, maar gelukkig zie ik nog iets beters: een paar vogelaars die terugkomen van de plaats waar de grote burgemeester altijd zit. Snel rijden we verder om de vogelaars te onderscheppen. Hij zit er! Snel wordt de auto geparkeerd en gaan we op weg. Als we bij de windmolens zijn aangekomen gaan we rondkijken. Voorlopig kunnen we de grote burgemeester niet vinden. Opeens glijd ik uit snel buig ik voorover maar dat lever ook weer gevaren op. Gelukkig lukt het mij nog net overeind te blijven. Door al die bewegingen zijn de meeuwen opgevlogen en daar pikt Edward al snel de grote burgemeester uit. De vogel is gaan zitten en daar lopen wij nu heen. We maken wat foto’s, maar ik wil nar beneden voor betere foto’s. Edward blijft boven. Als ik eenmaal beneden ben maak ik nog wat foto’s. De vogel vliegt op, dat kan ik wel gebruiken! Snel maak ik foto’s en dat geeft resultaten waar ik erg tevreden over ben.
De vogel gaat zitten op het strand. Ook daar kan ik nog wat leuke plaatjes schieten voor we weer weggaan.
Als we van Neeltje Jans wegrijden zegt Edward dat hij de auto nu nog in de berm kan zetten, maar straks als we op de pijlerdam zitten niet meer. Gelukkig ontdek ik net op dat moment de ruigpootbuizerd in een struik. Snel wordt de auto gestopt en door de berm teruggereden. Ook hier zit er niet veel meer in dan een bewijsplaatje, maar, nietemin een bewijsplaatje!
Dit vogelen is nu kort beschreven, maar het heeft wel tijd gekost. Daarom besluiten we de inlagen van Noord-Beveland niet te doen en meteen door te rijden naar Vlissingen voor de 3e kj kleine burgemeester die daar zit. We weten de plek niet zo goed, maar we denken dat het aan het eind van de boulevard moet zijn. Daar wordt de auto geparkeerd en gaan we meeuwen zoeken. Op het brood dat Edward gestrooid heeft komen veel meeuwen af, maar de kleine burrie zit er niet bij. Als ik naar Pim bel hoor ik dat dat ook wel klopt, we zitten verkeerd. De vogel zit in de vissershaven waar heel veel kotters moeten liggen. Volgens Pim kunnen we er niet omheen. Dat klopt ook wel, het duurt gelukkig niet erg lang of we hebben het gevonden, dat mag ook wel want het licht wordt steeds minder. Als we op de sluis staan komt er nog een houtsnip voorbij vliegen. Er wordt weer brood gestrooid, maar nog steeds geen kleine burgemeester. Ik bel Pim nog een keer om wat extra info. Terwijl ik nog in gesprek ben komt de kleine burgemeester voorbij vliegen! Vlug vertel ik dat tegen Pim, bedank hem, doe de mobiel uit en ga foto’s maken. Helaas is de vogel niet erg actief.
Logisch natuurlijk want na al dat gevoeder door de Walchenaren is hij natuurlijk zo vadsig geworden dat hij ons brood niet meer lust. Het duurt ook niet erg lang voor de vogel weer vertrekt. Vanuit de verte zien we de vogel poetsen. Als het brood op is lopen we terug naar de auto. Als we in de auto zitten zien we een papiertje onder de ruit zitten. Edward trekt het er onderuit, een boete, 85 euro voor fout parkeren… Dat was een duur meeuwtje! Ondanks de pech met de auto kunnen we toch ook wel terugkijken op een erg leuke dag!

donderdag 2 februari 2012

Succes in de Yerseke Moer

Al een tijdje zit er een sneeuwgans in de Yerseke Moer. Omdat ik donderdag het vierde uit ben wil ik dan gaan proberen om de sneeuwgans te zien. Er moet ook nog ergens een roodhalsgans rondlopen, dus wie weet... Het is erg koud dus goed ingepakt vertrek ik van huis. Na een moeizame rit kom ik aan bij Vlake. Al snel zie ik een groot aantal brandganzen lopen. Het duurt niet lang of ik haal er een sneeuwgans uit. Yes! Dit kun je wel als nieuwe soort beschouwen want mijn enige hiervoor was de vogel van Zeeuwsch-Vlaanderen en die is zo wild als een tamme kanarie. De vogel komt dichtbij lopen en terwijl ik plat op mijn buik lig, geeft dat leuke fotoresultaten.
Thomas Luiten komt ook even fotograferen, maar ook hij heeft nog geen roodhalsgans gezien. Op mijn gemak zoek ik verder. Opeens vliegt er een snip op uit de sloot. Snel maak ik een foto. Bokje, denk ik als ik de gouden strepen op zijn rug zie. Het blijkt een watersnip te zijn aldus Corstiaan, omdat de snavel niet lang genoeg is.
Bij de Yerseke Moer scoor ik ook nog mijn eerste veldleeuwerik van het jaar.
Ik kom Corstiaan tegen en samen gaan we de (toen nog) bokjes opzoeken. Al snel vliegt een watersnip weg en daarna nog één. Ik kijk nog een poosje rond, maar die roodhalsgans lukt echt niet meer. Corstiaan zag nog twee kleine rietganzen, maar die zie ik ook niet. Wel kan ik aanschuiven bij een schitterende witgat in de sloot. Hij laat zich goed zien en dat is weer goed voor de foto.
Tevreden verlaat ik om kwart voor vier de Yerseke Moer. De sneeuwgans is goed gelukt en de rest is bijzaak. Ik moet me klaar gaan maken voor een gala vanavond...