zaterdag 4 februari 2012

Vogelen met sneeuw en ijs heeft consequenties!

Sinds de winter van vorig jaar heb ik een hartgrondige hekel aan alles wat sneeuw en ijs is. Wat dat betreft vond ik deze winter nog niet eens zo slecht. Op het eerste gezicht heb ik geen hekel aan sneeuw als het de dag er na maar gesmolten is! De weersvoorspellingen waren onheilspellend: het vroor al dat het kraakte en nu kwam er ook nog eens sneeuw bovenop. Om 1 uur begon het te sneeuwen. Het enige positieve aan de zware sneeuwval was dat ik (en de hele school) een uur eerder uit was. Toen met de fiets door de sneeuwhagel naar huis. Toen ik thuis was had ik wel mijn bekomst van al dat gesneeuw. Toch brengt zelfs sneeuw ook voordelen met zich mee (elk nadeel heb z’n voordeel!)  vogels fotograferen met sneeuw geeft altijd leuke resultaten. Daarom bel ik Edward maar om te vragen of hij morgen toevallig gaat vogelen. Hij gaat vogelen, hij wilde op de Brouwersdam de ontbrekende soorten inhalen en ook de buidelmezen bij Vockestaart doen. Vooral die buidelmezen zie ik wel zitten want die heb ik nog niet zo mooi gezien en de Brouwersdam heb ik natuurlijk al gedaan. We spreken af dat als de buidelmezen vrijdag gezien zijn, we om zeven uur weggaan en anders om acht uur. Ze zijn gezien dus om zeven uur is het dan zo ver. Ik sta klaar en Edward komt me thuis ophalen. Met de nodige attributen om de kou buiten te houden, installeer ik me in Edwards autootje. Het is door de sneeuw glad en ook nog eens heel erg mistig, een combinatie die garant staat voor de nodige verkeersongelukken. Edward vertrouwd blind op de Tom tom want hij weet denk weg hier niet en die stuurt ons lang niet al te betrouwbare weggetjes. Ik heb even niet door dat dit niet de enige goede route is anders had ik wel even gezegd dat we beter langs de stoplichten konden gaan. Uiteindelijk rijden we met een matige gangetje over de ’s-Gravenpolderse Oudedijk. Opeens komt er een bocht. We hadden het aan kunnen zien komen door de Tom tom, maar ja achteraf praten is altijd makkelijk. We rijden 40 km per uur, maar dat is voor deze bocht toch nog te hard. Edward probeert zo goed als hij kan de bocht op de vangen, maar we hebben geen grip meer en de auto draait rond terwijl we aan de overkant van de weg de dijk afschieten. Daar worden we tegen gehouden door een hek met prikkeldraad. Bom, we staan stil. Onze eerste gedachte is dat dit wel ‘ einde oefening’  voor deze vogeldag zal zijn. We blijven voorlopig rustig zitten en bellen de ANWB. De medewerkers bij de ANWB zijn echter constant in gesprek. Nadat we dat zo’n twintig keer gehoord hebben besluit ik om mijn vader maar even te bellen. Misschien weet hij het nummer van een boer hier dichtbij en kan die ons er met de tractor uithalen. Hij heeft me het 06-nummer van Kloosterman, een boer die hier vlakbij woont. Ik bel de boer en hij is gelukkig bereid om ons er uit te trekken. Na niet al te lange tijd verschijnt te tractor. Wij besluiten om nu maar eens uit te stappen. We praten wat met de boer en hij maakt de sleepkabel vast aan een oog onder de auto. Wij maken intussen wat bewijsplaatjes.
Edward gaat in de auto zitten en de trekker begint te trekken. Met gekraak komt de auto los uit het prikkeldraad. Als de auto op de weg staat kunnen we de schade bekijken. Aan de kant waarmee de auto tegen het prikkeldraad stond zitten alleen krassen. Aan de andere kant ziet de bumper er nogal verfrommeld uit. Edward geeft er een ruk aan de bumper schiet los en veert recht. Voor zover we kunnen beoordelen is er geen schade die ons verhindert te rijden, maar wel zit de bumper aan de ene kant los en zijn er de nodige krassen. Gelukkig is de verzekering daar goed voor. We bedanken de boer hartelijk en betalen twee tientjes voor het lostrekken. Voor ons niet veel want een takelwagen van de ANWB had meer gekost. Omdat we nog kunnen rijden besluiten we om gewoon te tocht te vervolgen. We bellen naar huis dat alles weer oké is en gaan verder. We hebben nog niet eens zo gek veel tijd verloren: 35 minuten. Het verder van de reis verloopt zonder al te grote problemen. Edward schenkt de eerste scheut koffie uit de thermoskan  er naast en ik zit ook te knoeien met mijn chocolademelk. Uiteindelijk beginnen we toch in de buurt van de bestemming te komen. De Tom tom stuurt ons de verkeerde kant op, maar gelukkig weet Edward hier wel de weg en komen we toch op de goede plaats aan. Als de auto stil staat worden de fototoestellen goed afgesteld en gaan we op weg. We zien een andere fotograaf en we gaan zoeken. Na een poosje hoor ik de buidelmezen roepen. Edward hoort het eerst niet, maar later gelukkig wel. We lopen in de richting van het geluid, maar als we dichtbij zijn horen we het niet meer. Besluiteloos kijken we wat in het rond. Opeens hoor ik een geluid, ik zie ook wat schitteren en daar richt ik mijn kijker op. Door het riet zie ik een bataljon fotografen. Daar moeten we zijn! Het duurt niet lang of we staan op het ijs naast de fotografen ook foto’s te maken van de buidelmezen. Ze zijn schitterend te zien. Het duurt niet erg lang of ze zitten te foerageren op drie meter afstand. Ik kan zelfs een paar foto’s maken als ze er met z’n tweeën op staan. Door het rijp worden er erg leuke foto’s gemaakt.
Als we genoeg foto’s hebben gaan we weer weg, we hebben tenslotte nog meer op het programma staan. Het is even rijden, maar uiteindelijk staan we dan toch ook op de Brouwersdam. Nog steeds moeten we erg voorzichtig doen, maar gelukkig is er bij de Brouwersdam geen mist. Inmiddels hebben we ook al een nieuwe jaarsoort gescoord: een houtsnip die voor de auto uitvliegt. Bij het haventje wordt de auto stop gezet. Een meeuw op een paaltje lijkt kenmerken van een pontische te hebben, maar als de vogel naar beneden komt zien we dat het een gewone zilvermeeuw is. Op de basaltblokken loopt ook nog een oeverpieper. Dat is voor mij nog een nieuwe jaarsoort en we zetten hem mooi op de foto.
Edward heeft geluk als hij uit een groepje van zes zwarte zee-eenden ook nog een grote  zee-eend kan ontdekken. Dat is voor hem weer een nieuwe jaarsoort. Als we alles wel een beetje bekeken hebben rijden we verder de dam op. Na een poosje stoppen we weer. Het duurt niet lang of Edward heeft zijn eerste ijseenden gevonden. Het is weer hetzelfde groepje als die ik had. Er zitten erg veel zwarte zee-eenden, maar daartussen kan ik nog een adulte vrouw ijseend ontdekken. Verder zitten er natuurlijk veel kuifduikers. Als we weer aan het begin van de dam zijn wordt de auto weer gestopt. We kunnen paarse strandlopers erg mooi fotograferen.
Er lopen ook drieteentjes en bontjes rond.
Verder lopen er ook nog wat kanoeten. Op de punt worden de telescopen opgesteld. Opeens wil Edward even door mijn telescoop kijken. Hij zet een paar vogels in beeld en ik mag nu door de scoop kijken. Wat ik zie zijn twee eenden waar de ring om de snavel uitknalt. Een snelle check levert ook nog een donkere punt aan de snavel op, toppers! Edward heeft zomaar een nieuwe soort voor mij gevonden! Dit is één van de soorten die ik nog moest. Blij bekijk ik de toppers nog eens goed en neem ik een paar foto’s.
Zelf ontdek ik nog een roodkeelduiker. Verder zit er, voor de Brouwersdam, niet heel veel bijzonders. Een stop eerder hadden we trouwens ook nog een slechtvalk die een mislukte stootduik deed op een wulp. De volgende halte zal bij Schouwen zijn. Edward wil graag een ijsvogel zien/fotograferen en daar heb ik natuurlijk geen bezwaar tegen. Verder hopen we daar ook nog de drie verschillende rotganzen op de foto te kunnen zetten. Het ijsvogelslootje levert geen ijsvogel op, simpelweg omdat de sloot is dichtgevroren. Als we zo langs de sloten rijden zien we wat auto’s met fotografen bij de slootkant stilstaan. Er blijkt een houtsnip aan de overkant van de sloot te scharrelen. Ook wij kunnen wat leuke platen schieten.
Uiteindelijk verdwijnt de houtsnip tussen de bomen. Een eindje verderop is nog een fotograaf iets aan het fotograferen. Dat ‘iets’ blijkt een stervende bonte strandloper te zijn. Ik maak één bewijsplaatje en we rijden verder. We hebben bij de Brouwersdam de bonte strandlopers al leuk kunnen fotograferen en als zo’n beest aan het sterven is, is er geen kunst aan. Net zo iets als wegterende papduikers op het strand… Toch openbaart die bewijsplaat nog wel wat, als het aan het eind van de dag is bekijk ik de foto nogmaals. Boven de bonte strandloper zit een mooie watersnip! Het is misschien wel mijn mooiste foto van een watersnip, met lichtje in het oog en leuk licht.
Jammer dat ik hem dan zelf niet gezien heb… Verderop in de sloot zitten nog een stuk of tien bonte strandlopers. Bij de plek waar de rotganzen zitten hebben we al snel de zwarte rotgans en de witbuik gevonden. Terwijl ik foto’s maak sorteert Edward zijn foto’s.
Als ik uitgefotografeerd ben en hij uitgesorteerd, draait hij de auto en maakt hij ook wat foto’s. Ik weet in de buurt ook nog een klucht van dertien patrijzen. Ze zijn erg lokaal en het duurt dan ook niet lang of we hebben ze gevonden. Helaas zitten ze aan de andere kant van de weg zodat we tegenlicht hebben. Meer dan een bewijsplaatje zit er dan ook niet in.
Na Schouwen staat Neeltje Jans op het programma. Voor mij is de grote burgemeester nog een nieuwe jaarsoort en ook een ruigpootje in de sneeuw zou niet gek zijn. Als we op Neeltje Jans zijn zie ik al vrij snel een ruigpootbuizerd op een dijkje zitten. Helaas vliegt hij weg als we stoppen. Het is laag water dus de kans is groot dat de grote burgemeester niet aanwezig is. We weten even niet zo goed wat we moeten doen. We hebben ook geen zin om voor niks te gaan lopen. Edward kijkt even op zijn mobiel of de grote burgemeester al gemeld is. Dat blijkt niet zo te zijn, maar gelukkig zie ik nog iets beters: een paar vogelaars die terugkomen van de plaats waar de grote burgemeester altijd zit. Snel rijden we verder om de vogelaars te onderscheppen. Hij zit er! Snel wordt de auto geparkeerd en gaan we op weg. Als we bij de windmolens zijn aangekomen gaan we rondkijken. Voorlopig kunnen we de grote burgemeester niet vinden. Opeens glijd ik uit snel buig ik voorover maar dat lever ook weer gevaren op. Gelukkig lukt het mij nog net overeind te blijven. Door al die bewegingen zijn de meeuwen opgevlogen en daar pikt Edward al snel de grote burgemeester uit. De vogel is gaan zitten en daar lopen wij nu heen. We maken wat foto’s, maar ik wil nar beneden voor betere foto’s. Edward blijft boven. Als ik eenmaal beneden ben maak ik nog wat foto’s. De vogel vliegt op, dat kan ik wel gebruiken! Snel maak ik foto’s en dat geeft resultaten waar ik erg tevreden over ben.
De vogel gaat zitten op het strand. Ook daar kan ik nog wat leuke plaatjes schieten voor we weer weggaan.
Als we van Neeltje Jans wegrijden zegt Edward dat hij de auto nu nog in de berm kan zetten, maar straks als we op de pijlerdam zitten niet meer. Gelukkig ontdek ik net op dat moment de ruigpootbuizerd in een struik. Snel wordt de auto gestopt en door de berm teruggereden. Ook hier zit er niet veel meer in dan een bewijsplaatje, maar, nietemin een bewijsplaatje!
Dit vogelen is nu kort beschreven, maar het heeft wel tijd gekost. Daarom besluiten we de inlagen van Noord-Beveland niet te doen en meteen door te rijden naar Vlissingen voor de 3e kj kleine burgemeester die daar zit. We weten de plek niet zo goed, maar we denken dat het aan het eind van de boulevard moet zijn. Daar wordt de auto geparkeerd en gaan we meeuwen zoeken. Op het brood dat Edward gestrooid heeft komen veel meeuwen af, maar de kleine burrie zit er niet bij. Als ik naar Pim bel hoor ik dat dat ook wel klopt, we zitten verkeerd. De vogel zit in de vissershaven waar heel veel kotters moeten liggen. Volgens Pim kunnen we er niet omheen. Dat klopt ook wel, het duurt gelukkig niet erg lang of we hebben het gevonden, dat mag ook wel want het licht wordt steeds minder. Als we op de sluis staan komt er nog een houtsnip voorbij vliegen. Er wordt weer brood gestrooid, maar nog steeds geen kleine burgemeester. Ik bel Pim nog een keer om wat extra info. Terwijl ik nog in gesprek ben komt de kleine burgemeester voorbij vliegen! Vlug vertel ik dat tegen Pim, bedank hem, doe de mobiel uit en ga foto’s maken. Helaas is de vogel niet erg actief.
Logisch natuurlijk want na al dat gevoeder door de Walchenaren is hij natuurlijk zo vadsig geworden dat hij ons brood niet meer lust. Het duurt ook niet erg lang voor de vogel weer vertrekt. Vanuit de verte zien we de vogel poetsen. Als het brood op is lopen we terug naar de auto. Als we in de auto zitten zien we een papiertje onder de ruit zitten. Edward trekt het er onderuit, een boete, 85 euro voor fout parkeren… Dat was een duur meeuwtje! Ondanks de pech met de auto kunnen we toch ook wel terugkijken op een erg leuke dag!

4 opmerkingen:

  1. Om koud van te worden... Wel een aardig gevulde dag! Ik ben ook wel eens van de dijk gereden, langs de haven van Kamperland, onderweg naar mij eerste Grote Zilverreiger, toen nog een mega-zeldzaamheid!
    vr groet,
    Peter Meininger

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Zeeuwen onderweg en prikkeldraad; het blijft een ongelukkige combinatie..

    Vriendelijke groet,

    Bram

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik ben via vogelvisie op jouw site gaan kijken, en vindt het leuk.

    BeantwoordenVerwijderen